Het mannetje en de mug
Ik kan niet slapen, zei het mannetje
tegen de mug die rond hem vloog.
Dat luid zoemen en dan morgen,
heb ik zo’n jeukend bultje op mijn oog.
Maar je doodslaan wil ik ook niet,
want je hebt nog helemaal niets misdaan.
Kunnen wij geen afspraak maken,
zo net voor het slapengaan?
Als jij nu stopt met zoemen,
dan kan ik naar dromenland toe.
Want van al dat rondjes vliegen,
ben jij vast ook wel moe.
Je mag me 1 keer prikken,
en je mag kiezen waar je wil.
Maar niet op mijn beide armpjes,
en ook niet op mijn bil.
Niet op mijn teentjes of mijn voetjes,
Op mijn neus of op mijn wang,
Zeker ook niet op mijn buikje,
en niet op mijn oren ben ik bang.
Mag niet prikken in mijn benen,
En liefst ook niet op mijn rug.
Bij nader inzien kom je beter,
morgen nog eens terug.
